Hierdoor wordt de verhouding tussen het eigen vermogen en het vreemd vermogen iets ongunstiger. We gaan nu uit van ongeveer 15% eigen vermogen en ongeveer 85% vreemd vermogen.

Het aandeel van de bankleningen wordt daardoor dus hoger en het verwachte resultaat voor de spinderdeelhouder wordt daardoor waarschijnlijk ook hoger. Het lenen van geld bij banken is namelijk goedkoper. In vaktermen wordt dit de ‘hefboomwerking’ genoemd.

Het gevolg van het niet-halen van 6.000 participaties is dat we waarschijnlijk minder dicht bij het gestelde doel komen, namelijk dat er zoveel mogelijk burgers en ondernemers participeren.